Boek

De achterflap van The Atheist’s Guide to Reality van Alex Rosenberg laat geen twijfel bestaan over de inhoud.

Is er een God? Nee.
Wat is de realiteit? Vraag het aan de fysica.
Heeft het universum een doel? Geen enkel.
Waarom ben ik hier? Gewoon dom toeval.
Bestaat de ziel? Je maakt een grapje?!
En bestaat vrije wil? Geen enkele kans!

the atheist guide to reality - 2011

 

Op diezelfde achterflap belooft Rosenberg een ‘fijn nihilisme’. Dat trok mij over de streep om het boek te kopen. Een fijn nihilisme, bestaat dat? De opzet van het boek is om aan te tonen dat de fysische feiten alles vastleggen en dat het resulterende nihilisme zo erg nog niet is. Ik licht twee elementen uit het boek.

 

Rosenberg begint met hoe atomen at random kunnen samenklonteren tot moleculen. Van daaruit is het een kleine stap om aannemelijk te maken dat ook ingewikkeldere moleculen, bijvoorbeeld de bouwstenen voor het leven op aarde, spontaan kunnen ontstaan. Als de natuur maar lang genoeg de tijd krijgt botsen de ingrediënten vanzelf een keer tegen elkaar aan. De volgende stap in zijn betoog laat zich raden. Hoe ingewikkeld levensvormen ook zijn geworden, uiteindelijk zijn het biochemische processen. Processen die weer terug te voeren zijn op fysica.

 

De schrijver betoogt verder dat mensen geboren complotdenkers zijn. We snakken simpelweg naar redenen en bedoelingen. Daarom lezen we romans, zijn we dol op films en waarderen we een goede whodonnit. Die brengen een verhaal met inzicht in de motieven van mensen. De wetenschap brengt ons droge formules en feiten, en niet een sappig verhaal. Maar, zo merkt Rosenberg op, waar de voorspellende kracht van de natuurwetenschappen enorm is gegroeid, daar is de voorspellingswaarde van de folk psychology blijven steken op hetzelfde niveau als van de klassieke literatuur.

 

Rosenberg stelt dat het zo erg nog niet is dat we geen zelf hebben, geen gedachten over dingen, geen vrije wil en geen moraal (hij behandelt het allemaal en op een manier die het boek de moeite waard maakt om te lezen). Het toeval wil dat we geëvolueerd zijn tot een soort die over het algemeen best aardig is voor soortgenoten en het best goed met zichzelf kan uithouden. Een fijn nihilisme dus. En mocht je het toch niet trekken, dan is er altijd prozac. Of een ander middel om je neuronen anders te organiseren zodat je je weer goed voelt. De fysische feiten bepalen wie je bent.