Boek

In 'Het seculiere experiment' gaat Hans Boutellier op zoek naar het antwoord op de vraag of het experiment van secularisering tot een zooitje heeft geleid. Hij noemt het een experiment omdat het uniek in de wereld is dat wij (Nederland, Europa) op grote schaal het geloof uit het publieke domein hebben gehaald sinds enkele decennia. Om een experiment te kunnen beoordelen heb je criteria nodig. Maar in een wereld zonder hogere macht, wat zijn die criteria dan? Boutellier lost dit op door de voorspelling van zijn vader als toetsteen te nemen. Die voorspelde dat het een zooitje zou worden.

Het seculiere experiment - 2015

Dat zooitje is er niet gekomen en daar worden verschillende verklaringen voor aangedragen. We hebben de leegte, na het wegvallen van God, voor een deel kunnen opvullen met andere zaken. Daarbij wil de mens ook gewoon door, door met leven, door met de carriere, en dat maakt ons pragmatisch. Iets wat volgens Boutellier duidelijk terug te vinden is in de politiek.

Langs de meetlat van zijn vader kunnen we misschien inderdaad concluderen dat het geen zooitje is geworden, maar het voelt wel als een pragmatisch criterium. Eigenlijk komt het voort uit het experiment zelf. Het is niet zo dat er criteria opgesteld waren voorafgaand aan het experiment. Nee, die criteria zijn net zo pragamtisch als de tijd waarin we zijn beland. En ook Boutellier ziet zichzelf als "typisch product van de secularisering". Daarmee wordt het een beetje de slager die zijn eigen vlees keurt. Dit is geen kritiek op de schrijver, dit is in essentie het probleem waar we allemaal voor staan.

Maar goed, nu neem ik Boutelliers stelling dat het om een experiment zou gaan wel heel letterlijk. Hoewel het volgens Boutellier haast leek alsof er een duidelijk moment was, met een duidelijke beslissing, ergens in de jaren zestig, waarin we besloten om door te gaan zonder God, zal er toch eerder sprake zijn geweest van een proces. Wat op zijn minst genoemd moet worden over Boutelliers conclusie is dat er berusting van uitgaat. Nergens laat hij een verlangen doorschemeren naar vroegere tijden ('golden age thinking' zoals in Midnigh in Paris, Woody Allen). Nergens een hoop op betere tijden.